Header Bosch Grand Tour / Bosch 500

Bosch Grand Tour

Posted on Posted in Creatieve Industrie, Verbinding

Als inwoner van Den Bosch kon ik een bezoek aan dé tentoonstelling van Jheronimus Bosch in Het Noordbrabants Museum dit voorjaar niet overslaan. Maar, naast deze grote tentoonstelling met de originele werken van Bosch, staat de Brabantse schilder centraal in nog zeven musea in Brabant. In mei ben ik naar één van die musea geweest, MOTI Museum of the Image in Breda. Vorige maand las ik op Cultuurmarketing een artikel over deze samenwerking: de Bosch Grand Tour.

De Bosch Grand Tour is een samenwerking van vier steden en zeven musea, met als resultaat dertien tentoonstellingen. Het doel? Extra bezoekers genereren op nationaal en internationaal niveau, waarbij de individuele identiteit van ieder museum in waarde gelaten wordt. Daarnaast het op de kaart zetten van Brabant als cultuurregio. En tenslotte het versterken van een duurzame samenwerking tussen Brabantse culturele instellingen.

Samenwerkingsproces

Met name van dat derde doel word ik enthousiast! In een eerder artikel heb ik het al over de samenwerking tussen theaters in grote Brabantse steden. Waar ik vooral nieuwsgierig naar ben, is de vraag hoe deze samenwerking tot stand is gekomen.

 

 

Op Cultuurmarketing lees ik: “Het idee om iets speciaals te organiseren rondom het 500ste sterftejaar van Jheronimus Bosch komt van de gemeente ‘s-Hertogenbosch en Het Noordbrabants Museum. In 2009 zaten de initiatiefnemers voor het eerst rond de tafel. De provincie Brabant was geïnteresseerd om een betrokken partner te zijn en bereid budget beschikbaar te stellen, mits het project provinciebreed zou worden. Zo ontstond de Bosch Grand Tour uit provinciale opdracht. Het project is uitgevoerd door de projectorganisatie Bosch 500, met ondersteuning van brabants kenniscentrum kunst en cultuur (bkkc).”

De Bosch Grand Tour is dus ontstaan uit provinciale opdracht. Logisch, maar toch ook bewonderenswaardig dat het uiteindelijk echt werkt en zo’n succes is. Want de volgende zin is een belangrijke en ik ben het er volledig mee eens: “Vertrouwen is belangrijk, maar ook het maken van concrete afspraken. Zo hebben de musea afspraken gemaakt over het kenbaar maken van elkaars tentoonstellingen bij het eigen publiek. Dit klinkt logisch, maar gebeurt nog vrij weinig in de cultuursector. Het kan immers vreemd aanvoelen om een product van een andere instelling te promoten, maar het werkt wel. En als je een vrijgevige instelling bent krijg je dat in die zin ook weer terug.”

Van concurrentie naar samenwerking

Naar mijn idee is dat de grootste angst binnen de cultuursector: het ‘afpakken’ van elkaars doelgroep en daarmee elkaars geld. Die angst is in de meeste gevallen groter dan de durf om samen te werken. En met de hele subsidiemolen waar veel culturele instellingen mee te maken hebben (gehad), begrijp ik ook heel goed waar die angst vandaan komt.

Maar anno 2016 is het tijd om de verbinding op te zoeken. Belangrijk hierbij is dat een culturele instelling bij zijn/haar eigen ambitie en identiteit blijft en dat deze ook door de hele organisatie doorvloeit. Elk museum heeft haar eigen aanbod en daarmee haar eigen doelgroep. Maar, het feit dat ik in januari een bezoek bracht aan De Pont museum in Tilburg sloot niet uit dat ik twee maanden geleden een bezoek bracht aan MOTI.

Ik hoop dat culturele instellingen het verhaal van Cultuurmarketing zien als een inspiratiebron en het meer samenwerking teweeg brengt.